WNL op Zondag, iets rechtzetten

Afgelopen zondag was ik te gast bij het programma WNL op Zondag om te praten over de nasleep van Parijs. Omdat er al een journalist was, werd ik ‘terrorisme-expert van Elsevier’ genoemd. Een flatterende titel, maar eentje die ik zelf nooit zou gebruiken – te meer omdat ik gewoon verslaggever ben. Ik word wel eens gevraagd om ergens te spreken of een workshop te geven, maar dat is altijd vanuit mijn journalistieke ervaring. Ik vraag er bovendien principieel geen geld voor en sta alleen bij Elsevier op de loonlijst. Daar ben ik ook altijd open over geweest op mijn site en LinkedIn-pagina.

Gisteren kreeg ik de vraag hoe je terroristen kan herkennen. Een lastige, want als je ze zou kunnen herkennen dan zouden we geen aanslagen meer hebben. Ik probeerde ‘m toe te spitsen op radicalisering en maakte de onjuiste opmerking dat elkaar aanspreken met ‘broeder’ of ‘zuster’ soms een teken kon zijn van islamitische radicalisering. Met die uitspraak ben ik zeer ongelukkig en daar wil ik mijn excuses voor aanbieden. Het kwam – bot gezegd – ontzettend stom m’n mond uit en bovendien klopt’ie niet.

Niet voor niets duren die workshops vaak 1,5 tot soms wel 4 uur, en laten ze zich niet vangen in een talkshow-antwoord. Wat ik had moeten zeggen, is dat het een ingewikkelde analyse is die vele kenmerken kent, bijvoorbeeld de mate van isolatie die iemand verkiest, hoe diegene staat tegenover andersdenkenden, geloof in apocalyptisch gedachtegoed, etc. WNL had me ongetwijfeld alle ruimte gegeven om het toe te lichten. En andere leerpunt is dat ik me in het vervolg altijd gewoon weer aan laat duiden als “journalist”, om misverstanden te voorkomen.

%d bloggers liken dit: